In een groot deel van Nederland zijn de schoolvakanties inmiddels begonnen. Iedereen wenst elkaar #fijne_vakantie! Altijd op een andere manier dan dat iedereen elkaar een fijne werkdag wenst.

Als je vakantie is begonnen, is het altijd wel even wennen. Kom je rustig in het nieuwe ritme of stap je meteen in de auto, om er vervolgens een of twee dagen later verkreukeld uit te komen. Wat ga je doen? Laat je je verrassen of heb je je al heel goed ingelezen en weet je precies wat je wilt gaan doen en zien. Of weet je één ding zeker, jij blijft voor je huisje of aan het strand zitten, een boek en een drankje erbij en om je heen kijken. Het hele jaar door moet je tenslotte al genoeg. Als je kinderen hebt die meegaan op vakantie, is het voor iedereen een nieuwe balans zoeken. Of gaan de kinderen juist niet meer mee, blijven ze alleen thuis of gaan ze met vrienden op vakantie. Dan geeft dat op een andere manier toch stress, ook al vertrouw je hen volledig. Helemaal loslaten is vaak lastig. Ook zonder kinderen is het wennen.

Terwijl je je werk zo goed mogelijk overdraagt aan een collega, kijk je uit naar je vakantie. Voor die vakantie heb je hard gewerkt, het moet een leuke tijd worden.

Waarom kijken we er zo naar uit? Het is in deze periode het gesprek van de dag, ‘Nog vakantieplannen?’. Er heerst een bepaalde algemene verwachting dat je plannen hebt. Blijkbaar hoort het erbij om plannen te hebben. Om een tijd ‘verlost te zijn van het werk’. En dan, als je weer terugkomt van vakantie, hoop je dat de collega alles goed heeft opgepakt en dat er niet een te grote stapel is blijven liggen.

Vaak betrap je jezelf erop dat een week erna de vakantie al weer mijlen ver weg lijkt. Natuurlijk, je hebt je verhalen, de herinneringen, de foto’s, maar de sfeer, waar je zo naar verlangde voordat je ging, die ben je toch weer kwijt. Die #flow, die relaxedheid, die onbezonnenheid, het nemen zoals het komt. Of juist het strakke schema dat maakte dat je heel veel hebt gezien van je bestemming en daar nu eigenlijk daar wel gids zou kunnen worden.

Hoe komt het toch dat je er tegen het einde van de vakantie tegenop ziet om weer aan het werk te gaan? Hoe fijn zou het zijn, als je de flow van je vakantie vol kon houden in je werk. En wat is dat dan, wat maakt dat het in de vakantie lekker voelt. Welke ingrediënten zijn dat? Geven die je inzicht in mogelijkheden die je op je werk misschien ook wel kunt creëren? Misschien zaken net iets anders inrichten, taken herverdelen, je eigen kracht opzoeken en die van een ander gebruiken. Zodat je meer in de flow blijft en productiever bent. Met meer plezier naar je werk gaat.

Lukt dat in je huidige baan? Of moet je daarvoor je wereld iets vergroten, net als je op vakantie deed. Moet je over de grens gaan kijken, over de grens van je vertrouwde werk. En wat is daar dan? Hoe ziet dat eruit? Hoe kom je daar? Kun je zo het vakantiegevoel vasthouden, ook in die andere weken van het jaar? Als je drie weken zomervakantie hebt gehad, dan zijn er dus nog 49 weken over. En een #leven duurt gemiddeld 4000 weken, dus hoe vul je die in? Hoeveel zijn er al voorbij? Hoe geef je die vorm? Voor jezelf, maar ook voor je omgeving.

Conclusie

Hoe zorg jij ook op je werk voor een #vakantiegevoel? Zit dat in de dingen die je doet, of juist in de dingen die je laat? Dit zijn boeiende vragen, die je kunnen bezighouden, waar het goed is om een antwoord op te hebben. Of durf je geen antwoord te geven? Of weet jij al een #antwoord op die vraag?